deze pagina voorlezen

Kwantitatieve kenmerken

Meer dan 90% van de vo-scholen heeft een ZAT. Meestal is er sprake van één ZAT per school. De voorzitter is bijna altijd een vertegenwoordiger van de school (zorgcoördinator of lid van de directie). Het ZAT komt als casusoverleg gemiddeld éénmaal per vier weken bij elkaar; bij het praktijkonderwijs vaker (éénmaal per twee weken), bij havo/vwo-scholen wat minder vaak (éénmaal per zes weken). Scholen voor vmbo en brede scholengemeenschappen hebben een gemiddelde vergaderfrequentie van éénmaal per vier weken. Per casusoverleg worden er gemiddeld zo’n tien leerlingen besproken; op grotere scholen (>1000 leerlingen) gemiddeld 12. Daarnaast komen ook nog lopende zaken aan de orde rond al eerder besproken leerlingen. De casusinbrenger is meestal de mentor, de afdelingsleider, de zorgcoördinator of de leerlingbegeleider. De duur van het casusoverleg is meestal twee uur. Dat betekent dat, onder de voorwaarde van goede voorbereiding, er zo’n tien minuten per leerling beschikbaar is. Dat is weinig voor vaak complexe vragen, en legt een hoge druk op aanlevering en strakke afhandeling.

Naar Aansluiting